Inflatie en koopkracht in Nederland: belasting die niemand je stuurt
- 25 jun
- 9 minuten om te lezen
En hoe je voorkomt dat je vermogen stiekem halveert
Stel: je hebt 100.000 euro gespaard. Je doet er niets mee. Na twintig jaar heb je nog steeds 100.000 euro op je rekening staan, maar je kunt er nog maar de helft voor kopen. Niemand heeft je iets afgenomen. Er is geen aanslag geweest. Toch is de helft van je koopkracht verdwenen.
Dat is inflatie. En het is de enige belasting die je betaalt zonder dat er een brief op de mat valt.
In dit artikel leg ik uit waar inflatie vandaan komt, hoe inflatie en koopkracht in Nederland samenhangen, wat Europa en de Europese Centrale Bank hiermee te maken hebben, en hoe je als ondernemer je vermogen hiertegen beschermt.
Waar komt inflatie vandaan?
Simpel gezegd: van te veel geld. Als er meer geld beschikbaar is dan er spullen en diensten zijn om het aan uit te geven, stijgen de prijzen. Dat is economie op basisschoolniveau, en het klopt.
De Amerikaansche econoom Milton Friedman formuleerde het zo: inflatie is altijd en overal een verschijnsel van te veel geld. Hij voegde er ook aan toe dat inflatie de enige belasting is die opgelegd kan worden zonder dat een parlement erover stemt. Een harde observatie, maar een juiste.
Hoe komt dat geld er dan? Centrale banken, in Europa is dat de Europese Centrale Bank, kunnen geld bijdrukken. Dat doen ze niet letterlijk met de drukpers, maar door staatsobligaties op te kopen en goedkoop geld aan banken ter beschikking te stellen. Het resultaat is hetzelfde: er komt meer geld in omloop. En meer geld voor dezelfde hoeveelheid goederen en diensten betekent hogere prijzen.
Overheden spelen hier ook een rol in. Als een overheid meer uitgeeft dan ze binnenhaalt via belastingen, financiert ze dat tekort met schulden. Die schulden worden uiteindelijk deels gefinancierd via de centrale bank. Hogere overheidsuitgaven, hogere tekorten en meer schulden zijn daarmee een structurele voedingsbodem voor inflatie.
Dit wil niet zeggen dat elke prijsstijging de schuld is van de politiek. Soms zijn er externe oorzaken, zoals een oorlog die de energieprijzen omhoog drijft. Maar die tijdelijke schokken worden versterkt en verlengd door een systeem dat al jarenlang op ruim monetair beleid draait.
Waarom inflatie en koopkracht in Nederland uiteen lopen
Elk jaar publiceert het CBS het inflatiecijfer. Dat is gebaseerd op een mandje van goederen en diensten, van boodschappen tot energie tot een knipbeurt. Dat mandje wordt regelmatig bijgesteld.
Dat klinkt logisch. Maar het heeft ook een effect dat niet altijd wordt uitgelegd. Een paar voorbeelden:
• Als een product fors duurder wordt, gaan mensen over op iets goedkopers. Die overstap zit deels verwerkt in het mandje. Daardoor meet je niet meer precies wat het leven duurder is geworden, maar gedeeltelijk wat mensen zijn gaan kopen omdat duurder kopen niet meer lukte.
• Producten die beter worden, zoals een nieuwe telefoon of laptop, worden gecorrigeerd voor kwaliteitsverbetering. Een telefoon die twee keer zo snel is maar even veel kost, telt in de meting als een prijsdaling. Of jij die verbeterde telefoon ook echt nodig had, doet er niet toe.
• Huizenprijzen zitten niet in het mandje. Wonen telt mee via huurprijzen, maar de waardestijging van een koopwoning is geen onderdeel van de officiele inflatie. Wie een huis wil kopen betaalt wel mee aan die stijging.
• Kleine verpakkingen, zelfde prijs: de pak melk van een liter wordt 900 milliliter voor hetzelfde bedrag. Technisch geen prijsstijging, maar je krijgt wel minder voor je geld.
Het CBS erkent dit soort effecten. Ze zijn niet bedoeld om de inflatie te verbergen, maar ze maken het meetinstrument wel minder precies voor wat jij in de praktijk voelt bij de kassa.
Het prijspeil in Nederland is sinds 2000 met bijna 80 procent gestegen. Een boodschappentas die je in 2000 voor 100 euro vulde, kost je nu rond de 180 euro. Dat is de cumulatieve werkelijkheid achter de jaarlijkse procentjes.

De ECB en de rol van Europa
De Europese Centrale Bank, gevestigd in Frankfurt, is verantwoordelijk voor het monetaire beleid in de eurozone. Ze bepaalt de rente en besluit hoeveel geld er in omloop komt. Het officieel doel is een inflatie van 2 procent.
In de praktijk is dat doel jarenlang ruim overschreden. Na de financiele crisis van 2008 begon de ECB op grote schaal staatsobligaties op te kopen. Dat programma, in vakjargon kwantitatieve verruiming, groeide uit tot een balans van bijna 5.000 miljard euro op het hoogtepunt in 2022. Ter vergelijking: aan het begin van dat opkoopprogramma in 2015 was dat nog 2.000 miljard.
De theorie was dat goedkoop geld de economie zou stimuleren. De bijwerking was dat het ook de prijzen opdreef, met name van huizen, aandelen en andere bezittingen. Wie al bezit had, werd rijker. Wie spaarde, leverde koopkracht in.
Mario Draghi, de vorige ECB-president, zei in 2012 dat de ECB alles zou doen wat nodig was om de euro te redden. Dat deed hij, maar de rekening lag deels bij de gewone spaarder.
Zijn opvolgster Christine Lagarde staat regelmatig onder vuur. Niet alleen vanwege het beleid, maar ook vanwege haar achtergrond. Lagarde is advocaat van opleiding. Ze studeerde rechten, werkte bij een advocatenkantoor en was daarna minister van Financien in Frankrijk en directeur van het Internationaal Monetair Fonds. Ze is geen econoom. Ze zei dat zelf ook in een interview: ik ben geen super-duper econoom.
Of dat uitmaakt voor de kwaliteit van het beleid, kun je betwisten. Maar het is wel opmerkelijk dat de persoon die de geldhoeveelheid van 340 miljoen Europeanen bepaalt, haar eigen economische kennis relativeert.
Dan is er nog de Europese klimaatpolitiek. De Green Deal, het grote Europese klimaatprogramma, heeft als doel om Europa in 2050 klimaatneutraal te maken. Dat is een legitiem doel. Maar hogere CO2-belastingen, strengere eisen aan gebouwen en het versneld uitfaseren van fossiele energie drijven ook de prijzen op. Zelfs ECB-bestuurders erkennen dat: ze hebben er een woord voor bedacht, greenflation. De energietransitie heeft een inflatoire kant, en die betaal jij.
De inflatie in Nederland bedroeg in mei 2026 officieel 3,5 procent. In de gehele eurozone was dat 3,2 procent, het hoogste niveau in bijna drie jaar. Energie is de grootste aanjager: die kostte bijna 10 procent meer dan een jaar eerder.
Inflatie is cumulatief, niet tijdelijk
Hier zit de grote misvatting. Politici en centrale bankiers praten over inflatie alsof het een koorts is: tijdelijk hoog, daarna voorbij. Maar inflatie werkt niet zo.
Een prijsniveau dat eenmaal gestegen is, daalt zelden terug. Als de inflatie dit jaar 3,5 procent is en volgend jaar 2 procent, betekent dat tweede getal niet dat de prijzen dalen. Het betekent alleen dat ze minder snel stijgen. Het hogere prijsniveau blijft gewoon staan.
Drie procent inflatie per jaar lijkt weinig. Maar na tien jaar is iets wat honderd euro kostte 134 euro waard. Na twintig jaar is hetzelfde product bijna 180 euro. Na dertig jaar meer dan 240 euro. Je vermogen moet dus niet alleen rendement maken, het moet ook die cumulatieve erosie bijhouden. En dat lukt niet als je spaart tegen een rente van 1,5 procent terwijl de inflatie op 3,5 procent staat.
Inflatie als extra belasting, bovenop de belastingen die je al betaalt
Als ondernemer betaal je al fors. Inkomstenbelasting over je winst of salaris, tot bijna 50 procent. Btw op vrijwel alles wat je koopt. Accijnzen op brandstof. En als je wat gespaard hebt, betaal je in box 3 belasting over je vermogen op basis van een fictief rendement, ook als je in werkelijkheid nauwelijks iets hebt verdiend.
Inflatie komt daar bovenop. En het gemene van inflatie is dat de overheid er dubbel van profiteert. Stijgen de prijzen, dan stijgt ook de omzetbelasting die de Belastingdienst binnenkrijgt. En als je salaris of winst nominaal stijgt omdat alles duurder is geworden, schuif je door naar hogere belastingschijven zonder dat je er in koopkracht op vooruitgegaan bent.
Box 3 is in dat licht extra pijnlijk. Je betaalt 36 procent belasting over een fictief rendement van 6 procent, ongeacht wat je daadwerkelijk verdiend hebt. Er is geen correctie voor inflatie. Als de inflatie 3,5 procent is en je spaart tegen 1,5 procent, verlies je per saldo koopkracht. Toch stuurt de Belastingdienst gewoon een aanslag.

Wat inflatie bestendig vermogen is: goud, vastgoed en bitcoin
Mensen die begrijpen hoe inflatie werkt, zoeken naar bezittingen die schaars zijn. Iets wat de overheid niet bij kan drukken.
Goud is daarin de klassieke keuze. Goud kun je niet bijdrukken en de wereldwijde voorraad groeit maar heel langzaam. Als je kijkt wat een gemiddeld Nederlands huis kost in kilo's goud, dan is dat verrassend stabiel over lange tijd. In 2000 kostte een gemiddeld huis ongeveer 13 kilo goud. Nu, in 2026, kost het nog maar 4 kilo. Dat klinkt als een daling, maar het betekent vooral dat goud in de afgelopen twee jaar fors in waarde gestegen is terwijl huizenprijzen dat tempo niet bijhielden. Over de afgelopen 25 jaar is goud ruwweg 15 keer zo duur geworden, gemeten in euro's. Consumentenprijzen stegen in diezelfde periode met ongeveer 80 procent. Goud hield dus fors meer waarde vast.

Vastgoed heeft een vergelijkbare eigenschap: het is schaars, zeker in Nederland, en de prijzen bewegen historisch gezien mee met de inflatie, en vaak meer dan dat. Als DGA kun je de BV inzetten om vastgoed fiscaal efficient te financieren. Dat heeft echter ook risicos, en past niet bij iedereen.
Bitcoin is nieuwer en volatieler. Het argument is vergelijkbaar met goud: het maximale aantal bitcoins is programmatorisch vastgelegd op 21 miljoen. Niemand kan er meer van bijmaken. Dat maakt het in theorie inflatiebesterdig. De praktijk is weerbarstiger: de koers van bitcoin schommelt hevig. In de eerste helft van 2026 verloor bitcoin ruim 30 procent van zijn waarde, nadat het eind 2025 nog recordhoogtes bereikte. Voor wie er geld instopt dat hij niet direct nodig heeft en een lange horizon hanteert, kan het een rol spelen als kleine component van een breder vermogen. Voor de korte termijn is het te onvoorspelbaar.
Goud en vastgoed zijn de bewezen inflatiebeschermers. Bitcoin is dat potentieel ook, maar met aanzienlijk meer risico en een veel kortere geschiedenis.
Wat je als ondernemer nu al kunt doen
Je hoeft geen econoom te zijn om hier iets mee te doen. Een paar concrete stappen:
• Beoordeel je rendement altijd na inflatie en na belasting. Een spaarrente van 2 procent bij 3,5 procent inflatie en box 3-heffing is gegarandeerd koopkrachtverlies per jaar.
• Houd niet meer spaargeld aan dan je buffer vereist. Alles daarboven verliest elke dag koopkracht als het op een spaarrekening staat.
• Overweeg of je vermogen beter in de BV dan in box 3 kan zitten. Binnen de BV betaal je vennootschapsbelasting en box 2 pas bij uitkering, terwijl het rendement in de tussentijd volledig doorgroeit.
• Benut je jaarruimte voor lijfrente. Die premies zijn aftrekbaar van je winst of inkomen, de belegging groeit buiten box 3 en je betaalt pas belasting als je het geld opneemt.
• Ga het gesprek aan over je totale vermogenspositie. Wat heb je, wat kost het je elk jaar aan koopkracht, en wat kun je realistisch doen?

Veelgestelde vragen (FAQ)
Is inflatie altijd slecht?
Een beetje inflatie, rond de 2 procent, is in een gezonde economie normaal. Het moedigt mensen aan om geld uit te geven en te investeren in plaats van het op te potten. Het probleem zit in te hoge, aanhoudende inflatie, zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien. Dan verlies je jaar na jaar koopkracht zonder dat je er bewust een keuze voor maakt.
Waarom is de werkelijke inflatie dan hoger dan het CBS meldt?
Het CBS meet inflatie via een mandje van goederen en diensten dat regelmatig wordt bijgesteld. Daarin zitten correcties voor kwaliteitsverbetering en verschuivingen in koopgedrag. Die methode is wetenschappelijk verdedigbaar, maar sluit niet altijd aan op wat mensen in het dagelijks leven ervaren. Bovendien zitten huizenprijzen niet in het mandje, terwijl wonen voor de meeste mensen een grote kostenpost is.
Wat heeft de ECB hiermee te maken?
De Europese Centrale Bank bepaalt het monetaire beleid voor alle landen in de eurozone, inclusief Nederland. Door grote hoeveelheden geld in omloop te brengen, onder andere via opkoopprogrammas voor staatsobligaties, heeft de ECB de afgelopen vijftien jaar bijgedragen aan hogere activaprijzen en uiteindelijk aan hogere consumentenprijzen. Als lidstaat van de eurozone heb je als Nederland geen eigen monetair beleid meer.
Is goud kopen een goed idee?
Goud is historisch gezien een betrouwbare manier om koopkracht te bewaren over de lange termijn. Het is geen belegging met hoge rendementen, maar het houdt zijn waarde beter vast dan spaargeld bij aanhoudende inflatie. Of het past bij jouw situatie hangt af van je totale vermogenspositie, je belastingsituatie en je financiele doelen. Ik adviseer daar niet over los van een totaalplaatje.
Is bitcoin inflatiebescherming?
In theorie wel, vanwege de vaste maximale voorraad. In de praktijk is bitcoin te volatiel om er een grote rol aan toe te kennen als bescherming op de korte termijn. Over een lange horizon en als klein onderdeel van een breder vermogen kan het een rol spelen, maar het vergt risicotolerantie die niet bij iedereen past.
Wat is koude progressie?
Als je salaris of winst stijgt door inflatie, maar de belastingschijven niet in hetzelfde tempo worden aangepast, betaal je automatisch meer belasting zonder dat je er in koopkracht op vooruitgaat. Dat heet koude progressie, of ook wel bracket creep. Het is een vorm van sluipende belastingverhoging die je niet direct ziet.
Hoe weet ik wat inflatie mij persoonlijk kost?
Dat hangt af van hoe je vermogen belegd is, welke belastingbox van toepassing is, hoe groot je buffer is en wat je uitgavenpatroon is. In een Vermogensplan breng ik dit voor jou in kaart. Dan zie je niet alleen wat inflatie je nu kost, maar ook wat je kunt doen om dat te beperken.
Bronnen
CBS (Consumentenprijzen, tabel 83131NED, snelle raming mei 2026) | Eurostat (HICP eurozone flashraming 2 juni 2026) | Rabobank Inflatiemonitor 2026 | CBS/Kadaster (huizenprijzen Q4 2025) | Holland Gold (goudprijs en huis-in-goud-verhouding, o.b.v. World Gold Council) | Edin Mujagic, Geldmoord (Uitgeverij Balans, 2012) | De Nederlandsche Bank (ECB-obligatieprogramma) | ECB toespraak Isabel Schnabel, maart 2022.




Opmerkingen