Holding en werkmaatschappij: wanneer loont de holdingstructuur?
- 3 dagen geleden
- 8 minuten om te lezen
Holding en werkmaatschappij: voordelen, risico's en wanneer het loont voor zzp'ers en DGA's
Je overweegt een BV, of je hebt er al één. Dan hoor je vroeg of laat de vraag: moet ik ook een holding oprichten? En wat is dan precies het verschil met mijn werkmaatschappij?
Het klinkt ingewikkelder dan het is. In dit artikel leg ik je uit wanneer een holdingstructuur zin heeft, wat de voordelen zijn, en hoe de DBA-discussie dit plaatje beïnvloedt. Want ook dat punt verdient een eerlijk antwoord.
Wat is het verschil tussen een holding en een werkmaatschappij?
Een werkmaatschappij is de BV waarin je dagelijks opereert. Je stuurt facturen vanuit de werkmaatschappij. Je klanten betalen de werkmaatschappij. Je loopt risico via de werkmaatschappij.
Een holding is een BV daarboven. Jij bent privépersoon, de holding is jouw persoonlijke vennootschap, en de holding bezit de aandelen in de werkmaatschappij. Je hebt dus twee BV's, in een zogenoemde moeder-dochterstructuur.
Waarom je dat wilt, wordt duidelijk zodra je nadenkt over risico en belasting.
Waarom een holding? Risicobescherming als eerste argument
Stel dat er iets misgaat in je werkmaatschappij. Een klant stapt naar de rechter. Een project loopt mis. Iemand stelt je aansprakelijk voor een fout.
Als je alles in één BV hebt zitten — je opgebouwde winst, je spaargeld, je pensioenreserve — dan is dat in principe beschikbaar voor schuldeisers. Technisch zit je in een BV en ben je dus beperkt aansprakelijk, maar de BV zelf heeft wel gewoon vermogen dat aangesproken kan worden.
Met een holdingstructuur haak je dat los. De winst die je niet nodig hebt als werkkapitaal in de werkmaatschappij, stoot je periodiek door naar de holding. De holding staat buiten de directe risicosfeer van de operationele activiteiten. Als de werkmaatschappij failliet gaat, is het vermogen in de holding in principe veilig.
Let wel: je moet hier wél actief op sturen. Je kunt niet jarenlang winst in de werkmaatschappij laten staan en op het moment dat het misgaat snel doorstorten naar de holding. Dan kan de curator dat terugdraaien. Het idee is dat je structureel en tijdig doorstoot.
Hoeveel werkkapitaal laat je in de werkmaatschappij zitten?
Dat is maatwerk, maar het principe is simpel: genoeg om de lopende verplichtingen te dekken. Denk aan openstaande rekeningen, belastingverplichtingen, salarissen als je personeel hebt, en een buffer voor een rustige maand.
Een vuistregel die ik vaak gebruik: één tot twee maanden omzet als minimale buffer in de werkmaatschappij. Alles daarboven is overwinst die je in principe veilig kunt doorstoten naar de holding. Daarvoor betaal je dan geen extra belasting — en daar kom ik op terug.
De deelnemingsvrijstelling: winst belastingvrij doorstoten
Dit is het fiscale hart van de holdingstructuur, en het is bepalend voor de vraag of het voor jou interessant is.
Normaal gesproken betaalt je BV vennootschapsbelasting (VpB) over de winst: 19% over de eerste 200.000 euro, en 25,8% daarboven (2026). Daarna, als je dividend naar privé haalt, betaal je ook nog box 2-belasting: 24,5% over de eerste 67.000 euro en 31% daarboven.
Dat is een behoorlijke stapeling.
De deelnemingsvrijstelling doorbreekt dat principe tussen de werkmaatschappij en de holding. Dividend dat de werkmaatschappij uitkeert aan de holding, is in de holding vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Je betaalt dus geen extra VpB als de winst van de werk-BV naar de holding gaat.
Rekenvoorbeeld: 100.000 euro winst

Door de winst in de holding te parkeren in plaats van direct naar privé te halen, behoud je bijna 20.000 euro extra rendement. Dat geld staat nu klaar om te beleggen, te investeren, of als pensioenreserve te dienen — zónder dat de belastingdienst er al een flinke hap uit heeft genomen.
Je betaalt de box 2-belasting pas op het moment dat je het geld daadwerkelijk naar privé haalt. Dat geeft je de regie over het moment van afrekenen.
Bij welke BV ga je in dienst als DGA?
Dit is een vraag die veel zzp'ers en startende DGA's bezighoudt, en het antwoord is genuanceerder dan je misschien verwacht.
De twee meest voorkomende constructies zijn:
1. In dienst bij de holding
Je sluit een managementovereenkomst tussen de holding en de werkmaatschappij. De werkmaatschappij betaalt een managementfee aan de holding. Vanuit de holding ontvang jij je DGA-salaris. Dit is de meest gebruikte opzet bij een holdingstructuur.
Voordeel: flexibel als je meerdere werkmaatschappijen hebt of in de toekomst krijgt. De holding is dan het centrale aanspreekpunt voor jouw arbeidsrelatie.
Nadeel: je moet loonadministratie voeren bij de holding én bij de werkmaatschappij als die ook werknemers heeft. Meer administratieve handelingen dus.
2. In dienst bij de werkmaatschappij
Je gaat direct in dienst bij de werkmaatschappij. De loonadministratie loopt alleen via de werkmaatschappij, wat eenvoudiger en goedkoper is.
De overwinst stoot je via een managementfee door naar de holding. De werkmaatschappij factureert die fee aan zichzelf als kosten — de holding ontvangt het bedrag belastingvrij via de deelnemingsvrijstelling.
Er is nog een praktisch argument voor deze constructie dat ik waardevol vind: als je op een gegeven moment besluit om te stoppen met werken, of de werkmaatschappij wil liquideren, is dat stukken eenvoudiger. Je heft de werkmaatschappij op, en daarmee stopt ook je arbeidscontract automatisch. Wat overblijft is de holding — een spaarvennootschap zonder personeel, zonder loonadministratie, zonder operationeel gedoe. Puur een vehikel voor je opgebouwd vermogen en pensioenreserve. Dat is makkelijker uitlegbaar aan de Belastingdienst bij eventuele vragen: de holding doet niets anders dan vermogen beheren en beleggen.
Mijn advies: bespreek dit met je accountant of notaris bij het inrichten van de structuur. Beide opties zijn wettelijk correct. De keuze hangt af van hoe je de toekomst voor je ziet.
Wet DBA: lost een BV het op?
De Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is voor veel zzp'ers de aanleiding geweest om over een BV na te denken. Opdrachtgevers worden nerveuzer, modelovereenkomsten worden strenger getoetst, en sommige zzp'ers worden gedwongen om in loondienst te treden.
De gedachte is dan: als ik een BV heb, ben ik toch zeker ondernemer?
Dat is helaas niet zo simpel.
De Belastingdienst kijkt bij de Wet DBA naar de feitelijke arbeidsrelatie, niet naar de juridische vorm. Als jij via jouw BV structureel voor één opdrachtgever werkt, onder aansturing van die opdrachtgever, voor dezelfde werkzaamheden als collega's in loondienst, dan kan de Belastingdienst concluderen dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. De BV-constructie verandert daar niets aan.
Met andere woorden: een BV is géén ontsnappingsroute uit de DBA-problematiek. Als je situatie feitelijk op loondienst lijkt, blijft dat risico bestaan.
Wat een BV wél doet: het geeft je meer armslag in hoe je je arbeidsrelatie structureert. Je kunt via een managementovereenkomst werken, je kunt meerdere opdrachtgevers bedienen, en je kunt meer ondernemersvrijheid claimen. Maar dat moet dan ook echt zo zijn in de praktijk.
Een ander praktisch verschil: als DGA ben je niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA) en valt de BAZ-regeling (de verplichte AOV voor zzp'ers) buiten jouw situatie. De BAZ geldt namelijk uitsluitend voor IB-ondernemers met winst uit onderneming — niet voor DGA's. Wil je weten hoe dat precies werkt en wat dat voor jou betekent? Lees dan ook het artikel over AOV en de verplichte BAZ-regeling.
Wanneer heeft een holdingstructuur geen zin?
Niet elke zzp'er heeft baat bij een holding. Een paar situaties waarin de extra kosten niet opwegen tegen de voordelen:
• Je winst na DGA-salaris is structureel laag. Als je na salaris en VpB nauwelijks iets overhoudt om door te stoten, is er geen vermogen om te beschermen.
• Je BV is er net en je weet nog niet of het aanslaat. Richt eerst de werkmaatschappij in, bewijs het concept, en voeg later een holding toe als dat zinvol wordt.
• Je hebt geen behoefte aan vermogensopbouw via de BV. Als je liever alles naar privé haalt en zelf belegt via box 3 of een lijfrente, is de holding minder relevant.
Een holding kost geld: twee keer administratiekosten, twee keer jaarrekening, twee keer aangifte VpB. Reken je dat goed uit, dan begint een holdingstructuur gemiddeld pas echt te renderen als je structureel meer dan zo'n 50.000 tot 70.000 euro per jaar doorstoot naar de holding.
De structuur in het kort
Voor wie de keuze nog eens scherp wil hebben:

Wil je weten of een BV (met of zonder holding) voor jou uitpakt?
Gebruik de BV-rekentool op wakkervermogen.nl om te zien wat jouw netto situatie is bij eenmanszaak versus BV. De rekentool houdt rekening met DGA-salaris, VpB, box 2 en de relevante aftrekposten.
Wil je het hele plaatje zien — inclusief pensioen, vermogensopbouw en de beste structuur voor jouw situatie? Dat is precies wat ik doe in een Vermogensplan.
Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek van 15 minuten, dan kijk ik met je mee.

Veelgestelde vragen over holding en werkmaatschappij (FAQ)
Wat is het verschil tussen een holding en een werkmaatschappij?
De werkmaatschappij is de BV waarin je dagelijks onderneemt en risico loopt. De holding is een BV daarboven die de aandelen bezit in de werkmaatschappij. Jij bent privépersoon en bezit de aandelen in de holding.
Moet ik direct een holding oprichten als ik een BV start?
Niet per se. Als je net start, is het vaak verstandig om eerst te bewijzen dat je bedrijf loopt. Een holding kun je later alsnog toevoegen. Het kost wel moeite en geld om de structuur achteraf te wijzigen, dus bespreek dit tijdig met een notaris.
Wat is de deelnemingsvrijstelling?
De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat winst die de werkmaatschappij uitkeert aan de holding vrijgesteld is van vennootschapsbelasting. Je betaalt dus geen dubbele VpB als je winst van de werk-BV naar de holding doorstoot. Dit is het fiscale kernvoordeel van een holdingstructuur.
Bij welke BV moet ik als DGA in dienst?
Je kunt kiezen: bij de holding of bij de werkmaatschappij. In dienst bij de holding is de meest gebruikte constructie — de werkmaatschappij betaalt dan een managementfee aan de holding, vanwaaruit jij je salaris krijgt.
In dienst bij de werkmaatschappij is administratief eenvoudiger en heeft een praktisch voordeel: als je ooit stopt of de werkmaatschappij liquideert, vervalt daarmee ook je arbeidscontract. De holding wordt dan een stille spaarvennootschap zonder personeel — overzichtelijk en eenvoudig uit te leggen aan de Belastingdienst. Bespreek de keuze bij het inrichten van de structuur met je notaris of accountant.
Lost een BV de problemen met de Wet DBA op?
Nee. De Belastingdienst kijkt bij de Wet DBA naar de feitelijke arbeidsrelatie, niet naar de rechtsvorm. Als je via jouw BV feitelijk als werknemer functioneert bij één opdrachtgever, blijft het schijnzelfstandigheidsrisico bestaan. Een BV geeft meer structurele vrijheid, maar is geen automatisch ontsnapping uit de DBA-problematiek.
Ben ik als DGA vrijgesteld van de verplichte AOV (BAZ)?
Ja. De BAZ-regeling (de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp'ers) geldt uitsluitend voor IB-ondernemers met winst uit onderneming. Als DGA val je daar expliciet buiten. Je bent wél zelf verantwoordelijk voor je eigen arbeidsongeschiktheidsdekking.
Hoeveel moet ik verdienen voordat een holdingstructuur loont?
Een holding kost extra: twee sets jaarrekeningen, twee aangiften VpB, dubbele administratiekosten. Grofweg beginnen de voordelen te renderen als je structureel 50.000 tot 70.000 euro per jaar doorstoot naar de holding. Dat is het bedrag dat je niet als salaris of direct dividend nodig hebt.
Kan ik pensioen opbouwen via mijn holding?
Pensioen in eigen beheer is in 2019 definitief afgeschaft. Je kunt dus geen pensioenreserve meer opbouwen binnen de BV.
Wat wel kan: je keert jezelf dividend uit vanuit de holding en stort dat in een lijfrente bij een verzekeraar of bankspaarproduct. Die premie is aftrekbaar in box 1, binnen je jaarruimte en inhaalruimte. Let op: een dividenduitkering telt mee als verzamelinkomen en kan je heffingskortingen en eventuele toeslagen beïnvloeden. Een alternatief is lenen uit je holding in plaats van dividend uitkeren — dat heeft geen directe belastingconsequenties, al gelden er wel regels rondom excessief lenen.
Wat de holding wél biedt voor de lange termijn: door te beleggen via accumulerende fondsen die rendement intern herinvesteren, realiseer je geen belastbaar resultaat zolang je niet verkoopt. De VpB-heffing stel je daarmee uit, en de box 2-heffing eveneens. Dat dubbele uitsteleffect is het kernargument voor beleggen in de BV — en het maakt de holding in de praktijk voor veel DGA's een effectief langetermijnvehikel naast of in plaats van een lijfrente.
Wat kost het om een holdingstructuur op te zetten?
De notariskosten voor het oprichten van twee BV's (holding en werkmaatschappij) liggen doorgaans tussen de 1.000 en 2.000 euro. Daarna zijn er jaarlijkse administratiekosten bij je accountant voor twee entiteiten. Die kosten lopen uiteen, maar reken op een paar honderd euro extra per jaar ten opzichte van een enkelvoudige BV.



Opmerkingen