Sluipende belastingverhoging: hoe de overheid je meer laat betalen zonder een tarief te verhogen
Je belastingtarief hoeft niet omhoog om toch meer belasting te betalen. Vanaf 2027 houdt de overheid de jaarlijkse inflatiecorrectie op belastingschijven, heffingskortingen en andere fiscale bedragen gedeeltelijk tegen. Daardoor vallen schijfgrenzen en kortingen lager uit dan bij volledige indexatie. De schatkist ontvangt hierdoor 1,5 miljard euro extra in 2027 en structureel 3,4 miljard euro vanaf 2028. Het kabinet noemt dit de vrijheidsbijdrage.

sluipende belastingverhoging: Wat er precies verandert
Elk jaar worden veel bedragen in de inkomstenbelasting aangepast met de tabelcorrectiefactor. Die is gebaseerd op de prijsontwikkeling. Zonder volledige correctie kan een inkomen dat alleen met de inflatie meestijgt toch zwaarder worden belast. Je koopkracht stijgt dan niet, maar je belastingdruk wel. Volledige toepassing van de tabelcorrectiefactor voorkomt deze vorm van belastingschuif normaal gesproken grotendeels.
Voor 2027 en 2028 is afgesproken de tabelcorrectiefactor slechts gedeeltelijk toe te passen, een sluipende belastingverhoging dus. In de meest recente, nog voorlopige uitwerking gaat het om circa 46,8 procent in 2027 en circa 12 procent in 2028. De definitieve bedragen en schijfgrenzen zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. Op Prinsjesdag wordt het wetsvoorstel Belastingplan 2027 gepubliceerd; daarna moeten Tweede en Eerste Kamer er nog over besluiten.
De maatregel raakt meer dan alleen de grenzen van de belastingschijven. Ook heffingskortingen en andere bedragen die onder artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vallen, blijven achter. Het kabinet noemt zelf onder meer bedragen binnen de giftenaftrek en de hoogste schijfgrens van het eigenwoningforfait. De precieze uitwerking verschilt dus per inkomen en persoonlijke situatie.
Waarom dit ook voor jou als ondernemer relevant is
Dit raakt niet alleen werknemers. Winst uit onderneming valt in box 1, onder dezelfde belastingschijven en heffingskortingen als loon. Als zzp'er merk je dit dus rechtstreeks in de inkomstenbelasting. Ben je DGA, dan raakt het in ieder geval je salaris in box 1; de gevolgen voor je totale belastingpositie hangen daarnaast af van de verhouding tussen salaris, dividend en vermogen.
Het effect stopt bovendien niet na 2028. De bedragen gaan daarna verder vanaf het lagere niveau dat in 2027 en 2028 is ontstaan. Voor zover de gemiste indexatie later niet wordt ingehaald, werkt de achterstand dus structureel door. Dat maakt dit meer dan een eenmalige tegenvaller.
Wat het je concreet kost
Een exacte berekening voor jouw situatie is nu nog niet te maken, omdat de fiscale bedragen voor 2027 nog niet definitief vaststaan. Vakbond FNV heeft wel een eerste indicatieve berekening gemaakt op basis van de kabinetsplannen. Dit is geen officiële koopkrachtraming en de uitkomst hangt af van de gekozen voorbeeldsituatie.

In deze voorbeelden ligt het bedrag bij een modaal inkomen hoger dan bij een inkomen boven 140.000 euro. Dat is opvallend, maar het is geen algemene regel voor iedere belastingplichtige. Verderop lees je welk mechanisme hierachter zit.
Waar de fiscale klap het grootst wordt
De versoberingen raken niet ieder winstniveau even hard. Bij winsten tot ongeveer 100.000 euro compenseert de hogere arbeidskorting nog een deel van de lagere ondernemersaftrek. Rond 140.000 euro winst zijn zowel de algemene heffingskorting als de arbeidskorting verdwenen. Vanaf dat punt komt de hogere belastingdruk vrijwel ongeremd op de aanslag terecht.
Rekenvoorbeeld: vijf jaar dezelfde winst
Neem een zzp'er die in 2023 en 2028 allebei 140.000 euro winst maakt. Hij voldoet aan het urencriterium, heeft geen startersaftrek, hypotheekrenteaftrek of pensioeninleg en bereikt de AOW-leeftijd nog niet.
In 2023 bedroeg zijn berekende inkomstenbelasting ongeveer 48.300 euro. In 2028 loopt dat volgens een voorlopige doorrekening van de aangekondigde maatregelen op tot circa 50.300 euro. Dat is ongeveer 2.000 euro extra inkomstenbelasting per jaar, terwijl zijn winst geen euro is gestegen. De bijdrage Zorgverzekeringswet komt daar nog afzonderlijk bij.

De bedragen voor 2028 zijn een scenario, geen definitieve aangifteberekening. Het Belastingplan 2027 is nog niet gepubliceerd en ook de parameters voor 2028 kunnen nog wijzigen. De tabel laat wel zien waar de cumulatieve versobering naar verwachting het sterkst zichtbaar wordt.
Inflatie maakt de werkelijke achteruitgang veel groter
De vergelijking hierboven gebruikt in beide jaren dezelfde nominale winst. Maar 140.000 euro in 2028 heeft door de inflatie aanzienlijk minder koopkracht dan 140.000 euro in 2023. Op basis van de gerealiseerde inflatie sinds 2023 en de huidige ramingen richting 2028 is dan ongeveer 160.000 tot 162.000 euro winst nodig om dezelfde koopkracht te behouden.
Als het tarief van deze zzp'er al jaren stilstaat en zijn winst 140.000 euro blijft, mist hij dus circa 20.000 tot 22.000 euro aan inflatiecorrectie. Gecombineerd met de hogere belastingdruk houdt hij naar schatting 13.000 tot 15.000 euro minder koopkracht over dan vijf jaar eerder. Dat is ruim 1.000 euro per maand.
Het omslagpunt naar een BV daalt mee
De oplopende druk in box 1 heeft nog een gevolg: het winstniveau waarop een BV interessant wordt, schuift geleidelijk omlaag. In een eenmanszaak wordt vrijwel de volledige winst direct belast. De zelfstandigenaftrek is grotendeels verdwenen, de mkb-winstvrijstelling is verlaagd en bij hogere winsten zijn ook de heffingskortingen volledig afgebouwd.
In een BV betaal je eerst belasting over het gebruikelijk loon. Over de winst die daarna resteert, betaalt de BV vennootschapsbelasting. Zolang je die winst niet als dividend uitkeert, stel je de box 2-heffing uit en kan meer geld binnen de BV blijven werken voor investeringen of vermogensopbouw.
Er bestaat geen universeel omslagpunt. Wie vrijwel de volledige winst privé nodig heeft, heeft minder voordeel van een BV. Wie jaarlijks een substantieel bedrag kan achterlaten, bereikt het omslagpunt eerder. Bij een structurele winst tussen ongeveer 120.000 en 150.000 euro moet de keuze daarom opnieuw worden doorgerekend, ook als een eerdere berekening nog in het voordeel van de eenmanszaak uitviel.
Meer verdieping: BV of eenmanszaak in 2026: wanneer is de BV fiscaal voordeliger? Wil je breder zien waar je mogelijk geld laat liggen? Doe de Bespaarquiz.
Twee andere voorbeelden van dezelfde sluipende trend
De beperkte inflatiecorrectie is niet de enige versobering die voor 2027 en 2028 is aangekondigd zonder een opvallende verhoging van een bekend belastingtarief. Twee andere maatregelen verdienen een korte vermelding, al werken ze anders.
De aftrek specifieke zorgkosten verdwijnt
Het kabinet wil de aftrek van specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten per 2028 afschaffen. Dit raakt vooral mensen met niet-vergoede zorgkosten die nu aan de voorwaarden voor aftrek voldoen. Het gaat nog om voorgenomen wetgeving; de precieze uitwerking en eventuele compensatie moeten nog parlementair worden behandeld.
De startersaftrek wordt afgebouwd
Het kabinet wil de startersaftrek in 2027 verlagen en per 1 januari 2028 volledig afschaffen. Dat voornemen is bevestigd in de Voorjaarsnota 2026 en moet worden uitgewerkt in het pakket Belastingplan 2027. Voor startende ondernemers betekent dit dat een bekend belastingvoordeel sneller verdwijnt dan eerder voorzien.
Het verschil met de tabelcorrectiefactor is belangrijk. Beperkte indexatie verhoogt de belastingdruk geleidelijk en minder zichtbaar; afschaffing zet een harde streep door een regeling. In beide gevallen kan je nettoresultaat verslechteren, maar de oorzaak en impact zijn niet hetzelfde.
Waarom lage en middeninkomens dit relatief harder voelen
De voorbeelden van FNV laten een degressief patroon zien: in de gekozen situaties betaalt iemand met een modaal inkomen meer extra belasting dan iemand met een inkomen boven 140.000 euro. Dat komt vooral doordat schijfgrenzen en heffingskortingen verschillend doorwerken per inkomensniveau. Bij hoge inkomens zijn bepaalde kortingen al volledig afgebouwd, waardoor verdere beperking daarvan geen extra effect meer heeft. Het kabinet bevestigt dat alle inkomensgroepen worden geraakt, maar het CPB heeft geen officiële gemiddelde of mediane bedragen per inkomensgroep berekend.
De uitkomst voor één persoon hangt af van onder meer de hoogte en soort van het inkomen, de heffingskortingen en andere geïndexeerde bedragen die op de aangifte van toepassing zijn. De tabel hieronder is daarom een illustratie, geen persoonlijke berekening.
Wat je hier nu mee kunt
Je kunt de tabelcorrectiefactor niet beïnvloeden. Je kunt wel voorkomen dat je erdoor wordt verrast in je eigen planning.
● Neem in je meerjarenprognose niet automatisch aan dat belastingschijven, heffingskortingen en aftrekgrenzen volledig met de inflatie meestijgen.
● Controleer welke aangekondigde versoberingen jou raken, zoals het verdwijnen van de startersaftrek of de aftrek specifieke zorgkosten.
● Laat voor belangrijke keuzes, zoals de verhouding tussen DGA-salaris en dividend of extra pensioeninleg, meerdere jaren en scenario's doorrekenen. Neem geen beslissing uitsluitend op basis van één aangekondigde maatregel.
Je kunt de maatregel zelf niet voorkomen. Je kunt wel zorgen dat je plan rekening houdt met hogere lasten en minder fiscale ruimte. Precies daarvoor is een Wakker Vermogensplan bedoeld: niet één los antwoord op één regeling, maar een doorrekening van je hele situatie en de gevolgen op langere termijn.
Gerelateerde artikelen
Meer achtergrond bij onderwerpen die rechtstreeks met dit thema samenhangen:
● Inflatie en koopkracht in Nederland - waarom een gelijkblijvend inkomen toch steeds minder waard wordt.
● BV of eenmanszaak in 2026 - welke factoren het fiscale omslagpunt bepalen.
● Betaal ik te veel belasting als zzp'er? - waar ondernemers vaak onnodig geld laten liggen.
● Jaarruimte en inhaalruimte - hoe rechtsvorm en pensioenopbouw elkaar beïnvloeden.
Wil je weten wat fiscale wijzigingen, inflatie en jouw rechtsvorm de komende jaren met je inkomen en vermogen doen? Begin met de Bespaarquiz of plan een vrijblijvende kennismaking van vijftien minuten. Dan bespreken we welke keuze in jouw situatie als eerste moet worden doorgerekend.

Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is de tabelcorrectiefactor precies?
De tabelcorrectiefactor is de factor waarmee verschillende bedragen in de belastingwetten jaarlijks worden aangepast aan de prijsontwikkeling. Daaronder vallen onder meer schijfgrenzen, heffingskortingen en verschillende aftrek- en forfaitgrenzen. Bij volledige toepassing voorkomt de correctie grotendeels dat je door inflatie alleen zwaarder wordt belast.
Waarom heet dit de vrijheidsbijdrage?
De term komt uit het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten. De vrijheidsbijdrage is bedoeld als dekking voor hogere defensie-uitgaven. Voor burgers wordt zij onder meer vormgegeven via beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor; voor bedrijven is een hogere Aof-premie aangekondigd. Er verschijnt geen aparte heffing met deze naam op je aanslag.
Merk ik dit terug op mijn loonstrook of pas in mijn aangifte?
Je ziet geen aparte regel met de naam vrijheidsbijdrage. Bij werknemers werkt de maatregel gedurende het jaar door in de loonheffing en daarmee in het nettoloon. Ondernemers merken het via hun voorlopige en definitieve aanslag inkomstenbelasting. Het verschil zie je vooral wanneer je de uitkomst vergelijkt met een scenario waarin de fiscale bedragen volledig met de inflatie zouden zijn meegestegen.
Is deze maatregel tijdelijk of blijft het effect bestaan?
De beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor is aangekondigd voor 2027 en 2028. De gemiste indexatie wordt volgens de huidige plannen daarna niet automatisch ingehaald. Daardoor gaan de relevante bedragen vanaf 2029 verder vanaf een lager niveau en is het budgettaire effect structureel.




Opmerkingen